over

Het geloof in de hebzucht

OVER DE ACHTERGROND VAN DIT ESSAY

 

Al mijn hele bewuste leven houd ik mij met wisselende intensiteit bezig met de oorzaken van de maatschappelijke problemen waar de westerse wereld mee te kampen heeft. De eerste intensieve periode was die van mijn studie sociale geografie in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Hoewel ik met overtuiging voor die studie had gekozen ging ik gaandeweg anders aankijken tegen het empirische denken dat daarachter stak. Ik kwam tot de overtuiging dat zogenaamde waarden-vrije wetenschap niet kon bestaan en dat de ontwikkeling van de economie gekoppeld aan de technologie uiteindelijk bepaalt wat er in onze samenleving wel en niet gebeurt. In plaats van verder te gaan met de planologische vakken, de voor de hand liggende afstudeerrichting, heb ik een bijvak algemene economie bij prof. dr. B. Goudzwaard gedaan en ben ik afgestudeerd op een scriptie over de locatiefactoren van MeMO-bedrijven, het toen opkomende maatschappelijk verantwoorde, kleinschalige ondernemerschap. Vooral van Goudzwaard heb ik veel geleerd. In zijn "Kapitalisme en Vooruitgang" laat hij zien hoe het vooruitgangsgeloof in de loop der eeuwen vanaf de Renaissance is ontstaan en hoe dat door de onstane verwevenheid van economie, techniek en wetenschap de ontwikkelingsrichting van onze maatschappij bepaalt. Er waren in die tijd vele anderen die ook over deze thema's schreven en nog steeds verbaas ik mij er over hoe geldig hun waarnemingen waren en zijn. "De economie" en hoe het daar mee gaat is gaandeweg het centrale punt in de maatschappelijke belangstelling geworden, waar alles en iedereen zich naar richt. Juist ook regeringen. In de huidige crisis is dit nu overduidelijk: het zijn niet de regeringen die bepalen wat er gebeurt, maar de financiƫle markten, en de regeringen proberen te redden wat er te redden valt.

In die tijd, in de jaren zeventig, en ook nog in de tachtiger jaren, was ik als kind van mijn tijd de mening toegedaan dat verandering moest komen van verandering van het systeem dat de maatschappij vormde. De ontwikkeling naar toemende grootschaligheid in bedrijven en instellingen moest worden tegengegaan en worden omgekeerd om de menselijke maat weer in het vizier te krijgen, de armoede en het onrecht in de wereld tegen te gaan en de verspilling van grondstoffen en de milieuvervuiling een halt toe te roepen. In mijn eigen leven gaf ik hieraan gestalte door keuzen die ik maakte in koopgedrag en stemgedrag.

In het werk dat ik bij een koepel van woningcorporaties in die jaren deed kon ik dat niet, of in elk geval veel minder. Daar leerde ik uiteraard het nodige over de sector volkshuisvesting, maar vooral omgaan en samenwerken met qua achtergrond heel verschillende mensen, medewerkers en bestuurders van de woningcorporaties in mijn rayon en hoe belangen van mensen en organisaties daarin een rol spelen. Uiteindelijk werd duidelijk dat ik daar niet op mijn plek zat en heb ik met professionele hulp en hulp van vrienden de keus kunnen maken om voor mijzelf als fietsenmaker te beginnen. Fietsen en fietsen maken zijn altijd mijn hobby's geweest en dit vak in een eigen klein bedrijf uitoefenen past dus niet alleen bij mij als persoon, maar ook bij mijn maatschappij-opvatting.

Intussen leerde ik door Johan Blaauw en wat later Ytje Poppinga, predikanten in de Remonstrantse kerk in Amsterdam, de vrijzinnige richting in in het protestanse christendom kennen en kwam ik in aanraking met de psychologische, mystieke en gnostische kanten van het christelijk geloof. Voor mij betekende dat niets minder dan een openbaring. Van huis uit was ik grootgebracht met het raditionele christelijke geloof, al lag daarbij de nadruk op het element van de maatschappelijke gerechtigheid, nu ging ik het belang van geloven als manier van zijn voor mij persoonlijk zien. Bovendien kwamen de vele ongerijmdheden die ik van jongs af aan had nooit had kunnen plaatsen in een ander licht te staan.

Al werkend in mijn winkel kwamen al deze dingen bij elkaar en begon ik er verbanden tussen te zien en te begrijpen hoe diep die in onze cultuur verankerd zijn. Hoe het vooruitgangsgeloof door middel van de economisch-technolische ontwikkeling de richting bepaalt waarin onze samenleving zich ontwikkelt en hoe mensen individueel en collectief zich daardoor laten leiden; hoe het christendom uiteindelijk door dat vooruitgangsgeloof is overvleugeld; en hoe we de oorzaken van onze problemen buiten onszelf leggen, maar ook het aandragen van oplossingen van anderen verwachten. Omdat ik niemand anders die verbanden op deze manier zag leggen ben ik zelf gaan schrijven. Want zonder voldoende bewustzijn van de oorzaken van de maatschappelijke problemen die we nu al een halve eeuw op hun beloop hebben gelaten zullen die onoplosbaar blijven.